Zet de deuren wagenwijd open: de regio als klaslokaal
Leren hoeft volgens Harald Wiggers niet automatisch te betekenen dat een leerling in een klaslokaal zit en een docent voor de groep staat. Een bouwplaats kan een klaslokaal zijn, net als een bedrijf, werkplaats of zorginstelling. Als we onderwijs meer vanuit die gedachte organiseren, ontstaat er volgens Harald ruimte voor onderwijs dat beter aansluit bij wat jongeren nodig hebben én bij de wereld waarin zij opgroeien.
Headerfoto: Liemerse Techniekdagen 2026
Harald Wiggers praat snel als het over onderwijs gaat. Het ene voorbeeld volgt het andere op. Leerlingen die mantelzorgwoningen bouwen, jongeren uit het praktijkonderwijs die bij een bedrijf leren, techniekbussen voor jonge kinderen, solarboten, elektrische karts, drones, AI en zorgtechnologie. Veel van die voorbeelden komen samen in Lokaal2, het regionale netwerk waarin scholen, bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerken om leren ook buiten de muren van de school mogelijk te maken. Achter dat netwerk zit een overtuiging die bij Harald jaren geleden ontstond, toen hij zelf nog schoolleider was. “Ik vind dat een school een toegevoegde waarde moet zijn in het ontwikkelproces van jongeren. Ze komen binnen, maar je levert ze ook weer af. Daar moet een toegevoegde waarde in zitten.”
Harald zag tegelijkertijd dat de aantrekkelijkheid van onderwijs onder druk stond en vroeg zich af hoe het anders kon. Waarom zou leren zich voornamelijk binnen de muren van een school moeten afspelen als daarbuiten zoveel kennis, technologie, faciliteiten en mensen beschikbaar zijn? Hij was naast schoolleider ook actief binnen een ondernemersorganisatie en had contacten met gemeenten. Die werelden kwamen in zijn hoofd steeds meer bij elkaar. “Op een gegeven moment dacht ik: het zou mooi zijn als leerlingen veel meer binnen de regio waar ze wonen kunnen leren.”
Dat onderbuikgevoel groeide uit tot het concept ‘de regio als klaslokaal’ en kreeg later ook een theoretische en wetenschappelijke onderbouwing. Inmiddels vormt het de basis onder Lokaal2, een netwerk waarin onderwijs, bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerken. Arnhem is een van de partners.

Foto: Harald Wiggers
Niet het doceren organiseren, maar het leren faciliteren
Harald kijkt daarbij kritisch naar de manier waarop we onderwijs traditioneel organiseren. We zijn volgens hem gewend om vanuit lessen, lokalen, roosters en docenten te denken, terwijl de vraag eigenlijk zou moeten zijn wat een leerling nodig heeft om te leren. De behoefte van jongeren om anders dan in een lokaal te leren ontwikkelt zich in een rap tempo. “Als je bereid bent om het niet vanuit het doceren te organiseren, maar vanuit het leren te faciliteren, kom je op totaal andere onderwijsactiviteiten uit.”
Zijn eigen werkmotto sluit daarop aan: van aanbod naar aandacht. Begin niet bij wat een school standaard aanbiedt, maar kijk naar de behoefte van de leerling, de school en de wereld daar omheen. Onderzoek naar de motivatie van leerlingen laat volgens Harald zien dat jongeren behoefte hebben aan onderwijs dat praktisch, relevant en contextgebonden is en waarin ze zelf keuzes kunnen maken.
Een voorbeeld daarvan staat inmiddels letterlijk op verschillende plekken in de regio. Toen meerdere scholen geen docenten konden vinden voor bouw, wonen, interieur en installatiewerk, werd niet alleen gezocht naar nieuwe docenten. Er kwam een andere vraag op tafel: kunnen we het curriculum ook op een andere manier aanbieden? Leerlingen begonnen met het bouwen van tiny houses. Later werden dat mantelzorgwoningen die samen met een bouwbedrijf van begin tot eind worden gebouwd. Leerlingen werken aan de fundering, het dak en de installaties en bouwen iets waar straks daadwerkelijk iemand gaat wonen.
“Vroeger gingen leerlingen metselen met droog cement. Aan het einde van de dag moest die muur weer afgebroken worden en moesten de stenen weer worden afgekrabd. Nu wordt er iets neergezet wat wordt verkocht en waar mensen echt in gaan wonen. Het geeft het gevoel: het doet ertoe. Aan de projecten werken leerlingen van verschillende niveaus mee, waaronder vmbo, havo en praktijkonderwijs. Ook mbo studenten en vakmensen uit het bedrijfsleven zijn betrokken. Zo leren jongeren niet alleen van een docent, maar ook van professionals en van elkaar.
Als de wereld je klaslokaal is
Voor Harald is dat veel meer dan een andere manier om techniekonderwijs te organiseren. Het raakt aan een bredere visie op de ontwikkeling van jongeren. Een leerling hoeft niet op één voorgeschreven manier te leren en een school hoeft niet alles zelf te kunnen aanbieden.
Dat zie je bijvoorbeeld terug in de samenwerking van vier scholen voor praktijkonderwijs in de regio. Zij willen jongeren zo vroeg mogelijk ervaring laten opdoen in een echte werkomgeving, maar afzonderlijk hadden de scholen te weinig leerlingen om dat samen met een bedrijf goed te organiseren. Door de vier scholen bij elkaar te brengen ontstond een groep die groot genoeg was voor een gezamenlijk traject bij E-Care Reverse Logistics B.V. in Duiven.
Daar draaien leerlingen mee in het arbeidsproces, terwijl ze begeleiding krijgen vanuit het onderwijs. Ze werken aan vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer en kunnen ontdekken welk werk bij hen past. Sommige jongeren stromen vanuit het traject verder door richting opleiding of werk. Voor Harald laat het zien wat er mogelijk wordt wanneer scholen niet alleen vanuit hun eigen gebouw en organisatie denken. “Dat zijn echt dingen die ze niet alleen hadden kunnen bedenken en doen.” Zo creëren we samen een krachtige leeromgeving.
Groeien doe je niet alleen
Daarmee sluit zijn visie bijna vanzelf aan bij het thema van Arnhem Nationale Onderwijsstad: Groeien doen we samen. Volgens Harald kan het onderwijs de ontwikkeling van jongeren simpelweg niet alleen organiseren. Daarvoor zijn scholen, bedrijven, overheden, vervolgopleidingen en andere organisaties nodig. Hij haalt tijdens het gesprek het bekende principe it takes a village to raise a child aan. “Daar sta ik echt achter. Ik denk ook echt dat het zo is.”
Voor bedrijven betekent dit dat hun machines, kennis, mensen en technologie onderdeel kunnen worden van de leeromgeving. Scholen brengen op hun beurt kennis over leerlingen en onderwijs mee. Door dat met elkaar te verbinden, hoeven oplossingen bovendien niet op iedere school opnieuw te worden bedacht. “Als het één keer goed uitgegeven wordt, hoeft het niet 21 keer op al die scholen uitgegeven te worden. Als je het met elkaar kunt doen, kost het altijd minder dan wanneer je het alleen doet.”
Dat vraagt volgens Harald wel om een andere manier van organiseren. Een van de grootste belemmeringen ziet hij in iets heel alledaags: het rooster. Dat is nog sterk ingericht rondom vaste lessen en momenten, terwijl leren volgens hem steeds vaker ook op andere plekken en tijden plaatsvindt. Als een leerling op dinsdagochtend bij een bedrijf iets kan leren wat aansluit bij zijn ontwikkeling, zou de organisatie van het onderwijs dat mogelijk moeten maken. “Roosteren moet plannen worden”, zegt Harald daarover.
De deuren wagenwijd open
De komende jaren wil Harald ervoor zorgen dat de samenwerkingen die nu zijn opgebouwd blijven bestaan. Niet als tijdelijk project zolang er subsidie beschikbaar is, maar als een manier van werken die onderdeel wordt van het onderwijs in de regio. Zijn missie is dat Lokaal 2 ook zonder hem verder kan. Zijn oproep aan Arnhemse scholen, bedrijven en bestuurders is daarom opvallend eenvoudig: open je deuren. De noodzaak zit in verbinding. Ga met elkaar aan tafel, bespreek wat je zou willen en werk samen om de ontwikkeling van onze jongeren recht te doen en onze regionale arbeidsmarkt te versterken. Binnen Lokaal2 zijn er Ontwikkelteams waarbij je kunt aansluiten.
“Als je een bedrijf bent, open je deuren voor scholen en leerlingen. Als je een school bent, open de deuren voor andere scholen en voor bedrijven. Als je bestuurder bent, draag het uit in je netwerk en vraag anderen om hun deuren ook te openen.” En dan, bijna alsof hij vindt dat ‘open’ nog niet duidelijk genoeg is, voegt hij eraan toe: “Zet de deuren open. Niet op een kiertje, maar wagenwijd.” Want wie zegt dat in Arnhem de wereld je klaslokaal is, moet volgens Harald ook accepteren dat leren niet ophoudt bij de voordeur van een school. Hij verwacht zelfs dat een steeds groter deel van leren buiten die schoolmuren zal plaatsvinden.
Dat vraagt iets van de hele stad. Van de docent die ruimte geeft, van de ondernemer die een leerling binnenlaat, van de vakman die zijn kennis deelt en van organisaties die bereid zijn om samen te werken en voorzieningen met elkaar te delen. Dus voel je vrij om je aan te sluiten bij de diverse Ontwikkelteams of er zelf een te starten. Want als de wereld je klaslokaal is, is de ontwikkeling van jongeren ook iets van ons allemaal.