Gezien worden als basis om te groeien
Wie het nieuwe gebouw van GSG Guido in de Arnhemse Geitenkamp binnenloopt, ziet veel glas, open ruimtes en een school die bewust kleinschalig is opgezet. Toch wil directeur Erik-Jan Hakvoort het liever niet te lang over het gebouw hebben. Voor hem gaat het om wat er ín en rondom die school gebeurt. Om leerlingen die worden gezien, ontdekken waar ze goed in zijn en ervaren dat leren niet ophoudt bij de deur van het klaslokaal.
Erik-Jan Hakvoort is directeur van GSG Guido in Arnhem. Een school met ongeveer tweehonderd leerlingen, midden in de Geitenkamp. Kleinschaligheid is hier geen toevallige uitkomst, maar een bewuste keuze. “Voor mij is kleinschaligheid de toekomst van onderwijs”, zegt Erik-Jan. “Kennen en gekend worden, gezien worden. Dat is altijd al belangrijk geweest, maar ik denk dat het alleen maar belangrijker gaat worden.”
Een plek waar je ertoe doet
Volgens Erik-Jan verandert de wereld waarin jongeren opgroeien snel. Hun wereld wordt via internet, sociale media, apps en AI steeds groter, terwijl vertrouwde verbanden minder vanzelfsprekend worden. Juist daarom ziet hij voor een school een bredere rol. “Een plek waar richting wordt geboden, waar houvast wordt geboden, waar je het gevoel mag krijgen: ik doe ertoe. Dat begint bij gekend worden, gezien worden.”
Dat klinkt misschien groot, maar in de praktijk zit het juist in kleine dingen. Een docent die tijdens de pauze niet apart gaat zitten, maar zijn boterham in de aula eet en contact maakt met leerlingen. Collega’s die zich samen verantwoordelijk voelen voor de hele school. Een leerling die niet ongemerkt uit beeld verdwijnt.
Een oud leerling verwoordde het ooit op een manier die Erik-Jan is bijgebleven. Toen hij na zijn eindexamen werd gevraagd wat hij stom vond aan de school, hoefde hij niet lang na te denken: “Je kon nooit iets stiekem doen.” Erik-Jan moet er nog steeds om lachen, maar voor hem raakt het precies aan de bedoeling. Je wordt gezien. Ook als het even niet goed gaat. Ook als je zelf liever onzichtbaar zou blijven. “Je bent misschien die ene leerling die in een grootschaliger context compleet onzichtbaar zou zijn en misschien zou denken ‘waar doe ik het voor in het leven?’. Daar kun je volgens mij maar één ding tegen doen: er gewoon zijn.”
De wereld buiten school binnen handbereik
Gezien worden betekent bij Guido niet dat leerlingen binnen de veilige muren van de school moeten blijven. Juist het tegenovergestelde. De school zoekt actief de verbinding met de wijk en met organisaties in Arnhem. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld via maatschappelijke diensttijd en projecten langere tijd iets doen voor een ander. Ze komen terecht bij organisaties en initiatieven in de wijk, werken samen met buurtconciërges of gaan aan de slag op plekken waar ze mensen ontmoeten die ze in hun gewone schoolleven niet snel zouden tegenkomen.
Dat hoeft volgens Erik-Jan geen eenmalig uitstapje te zijn. Liever ziet hij dat leerlingen langere tijd ergens onderdeel van worden. “Niet een middagje eventjes bingoën, maar gewoon zes maanden lang achter elkaar, iedere week, een band opbouwen.” Zo schreven leerlingen eerder levensverhalen van ouderen. Verhalen die uiteindelijk werden gepresenteerd in aanwezigheid van familie. Soms was degene over wie het verhaal ging er op dat moment zelf niet meer bij. “Dan wordt het een soort in memoriam. Als leerling neem je een ervaring mee die je nooit meer gaat vergeten. Die had ik nooit kunnen reproduceren hier in lokaal 3.”
Ontdekken wat er in je zit
Wat zulke ervaringen precies met een leerling doen, vindt Erik-Jan lastig in cijfers uit te drukken. Toch hoeft hij niet lang na te denken over voorbeelden. Een leerling werkte via maatschappelijke diensttijd met jongeren in de Geitenkamp die na schooltijd niet vanzelfsprekend naar huis konden. Ze bleek dicht bij hen te kunnen komen en hoorde verhalen die volwassen welzijnswerkers soms niet te horen kregen. De ervaring maakte iets bij haar los: ze besloot dat ze later dit werk wilde doen en koos voor het welzijnswerk.
Een andere leerling kwam terecht bij stadsboerderij Presikhaaf. Zijn werkzaamheden waren soms heel praktisch. Erik-Jan noemt lachend “poepscheppen en dat soort dingen”. Toch bleek juist die ervaring belangrijk. De jongen wilde graag verder in de richting van natuurbeheer en kon zijn ervaring op de stadsboerderij gebruiken in zijn motivatie voor een opleiding in Zwolle. Hij werd toegelaten.
Maar misschien zit de grootste verandering niet eens in zo’n studiekeuze. Erik-Jan vertelt over ouders die tijdens de jaarlijkse certificaatuitreiking zien wat hun kinderen buiten school hebben gedaan. Soms herkennen zij bijna een andere versie van hun eigen kind. Een leerling die thuis stil en teruggetrokken was, blijkt in een andere omgeving ineens op te bloeien en makkelijker contact te maken. “Het is zo lekker voor sommigen om buiten die klas een stukje ruimte te hebben om jezelf te ontwikkelen. Bij volwassenen, op een hele serieuze plek. Ook al ben je maar dertien.” Een van de jongens begon zijn traject met een heel eenvoudige wens. Hij wilde “gewoon wat makkelijker met mensen kunnen praten”. “Dat gebeurt dus ook gewoon”, zegt Erik-Jan.
Oefenen met het echte leven
Daarmee raakt hij aan een groter idee over onderwijs. Waarom zouden jongeren vooral met leeftijdsgenoten binnen een schoolgebouw leren hoe de wereld werkt? Erik-Jan verwijst naar het oude principe van meester en gezel. Een jongere die meeloopt met iemand die al ervaring heeft. Niet een weekje stage en daarna weer terug naar school, maar veel vaker onderdeel zijn van de wereld van volwassenen. “Dat we allemaal als professionals iemand aan onze zijde hebben om een beetje te leren hoe het leven werkt. Het hoeft niet per se dé plek te zijn waar die leerling uiteindelijk terechtkomt.”
Daarin krijgt ‘In Arnhem is de wereld je klaslokaal’ bijna letterlijk betekenis. De wijk, organisaties, bedrijven en inwoners worden onderdeel van de leeromgeving. Niet alleen om leerlingen kennis te laten maken met beroepen, maar om ze te laten oefenen met samenwerken, verantwoordelijkheid nemen, contact maken en iets betekenen voor een ander. Want juist dat laatste vindt Erik-Jan belangrijk. Onderwijs gaat voor hem verder dan een diploma halen of voorbereiden op een baan. “Waar je werkelijk gelukkig van wordt, is niet geld of een baan of dat je een diploma krijgt. Dat is allemaal eindig. Waar je wel gelukkig van wordt, is dat je ertoe doet.”
Een school die onderdeel wordt van de wijk
Die gedachte werkt twee kanten op. Leerlingen gaan de wijk in, maar de wijk moet ook steeds meer de school binnenkomen. Zo gaat Rijnstad in het gebouw weerbaarheidstrainingen verzorgen voor leerlingen van drie basisscholen uit de omgeving. Ook ontstaan nieuwe contacten soms heel spontaan. Tijdens een mentoravond stapte een vader op Erik-Jan af. Hij bleek fysiotherapeut in de wijk en vroeg simpelweg: kunnen we niet samen iets bedenken?
Zijn ambitie gaat uiteindelijk nog verder. Als het gebouw en de organisatie er klaar voor zijn, zou hij willen dat de school veel vaker open is voor de omgeving. “Hoe gaaf zou het zijn dat die school gewoon niet meer dichtgaat?” Op zaterdag zou een vereniging er iets kunnen organiseren, op zondag misschien een kerk, op andere momenten organisaties op het gebied van kunst, cultuur, sport of educatie. Daarbij zoekt Erik-Jan nadrukkelijk naar verbinding met de leerlingen. Kunnen zij meedoen? Kunnen ze iets bijdragen? Kunnen ze ervan leren?
De uitnodiging aan Arnhem is er dan ook. Vanaf 2027 wil de school verder onderzoeken welke organisaties en initiatieven bij die visie passen en samen iets kunnen betekenen. Zo wordt het nieuwe gebouw uiteindelijk misschien toch belangrijk. Niet vanwege het glas, de lokalen of hoe mooi het is afgewerkt. Maar omdat het een plek kan zijn waar school en stad elkaar ontmoeten. Waar leerlingen niet alleen leren voor later, maar nu al ervaren dat ze onderdeel zijn van iets groters. Waar ze gezien worden, verantwoordelijkheid krijgen en ontdekken wat ze voor een ander kunnen betekenen.
Of zoals de visie van GSG Guido zich misschien wel het eenvoudigst laat samenvatten: groeien doen we samen. En daarvoor is soms de hele stad je klaslokaal.